Donderdag 31 Mei 2007 om 9:55 pm
17:54 – Station Amersfoort. Ik ben onderweg naar Gouda. Sinds niet al te lange tijd heb ik er een reden bij gekregen om nog een keer vaker mijn weekenden te verspelen met op zijn minst vier tot zes uur aan treinreizen. Het maakt me eigenlijk niet eens zo heel veel uit.
Ik kruip weg in een tweezitter zodat ik mijn tas onder mijn benen kan zetten en ongestoord gebruik kan maken van mijn nieuwste vaste reiskompaan. De MacBook. In plaats van de vaste boeken, iPod of DS Lite, besteed ik mijn reistijd tegenwoordig aan het kijken naar films.
Goed. Het is mijn zoveelste gadget waarin ik op ga en door deze tic weet ik alles om me heen te negeren en ga ik zeker nog eens mijn halte missen als het niet het eindpunt van de trein is. Maar ook dat maakt me eigenlijk niet zo heel veel uit.
Ik negeer de mensen die naast me komen zitten, slapen en bij hun respectievelijke eindstation weer opstaan en uitstappen. In een tweezitter ga ik toch al zelden een praatje aan met degene naast me. Iets met het overschrijden van de comfortzone. Ik laat me meeslepen in cinematografische kunsten die ik voor deze trip uitgezocht heb.
Vandaag is de beurt aan Harold Crick. Harold is de meest doorsnee man, met de meest doorsnee baan, een (naar mijn mening) wat minder doorsnee horloge en een alles behalve doorsnee probleem. Hij gaat dood. Aldus de verteller in zijn hoofd.
De film is niet langdradig, niet te lang gefilmd en heeft me vanaf het begin volledig te pakken. Ik schrik op als ik merk dat ik al in Amersfoort ben. De vrouw, die op dat moment naast me zit, kijkt me verbaasd aan na mijn gesmoorde vreugdekreet en ik klap glimlachend de laptop dicht. Harold Crick leeft en daar was me alles aan gelegen.
Woensdag 16 Mei 2007 om 11:24 am
Ik moet (ook) iets bekennen. Ik ben harstikke web 2.0 geworden de laatste tijd. Ik heb Tumblr, Twitter en nu ook Jaiku. Het is een gigantische overdosis en alles is uiteraard dubbelop en nog een keer zo nutteloos maar Charis en Toh doen het ook. Dus.
Terwijl ik vanochtend me het apelazerus zat te lurken op jaiku kwam ik de volgende site tegen: batzers.nl. Een soort roddelsite over celebreties en dat soort gespuis. Zoiets heet dan tegenwoordig een Batzer.
Ik zal zeker wel weer onder een steen gelegen hebben, “Bom Chicka Wah Wah” snap ik ook al niet, maar toch. In mijn beleving was een Batser altijd een homo in de allerruimste zin van het woord. Dat ligt hem toch niet geheel aan mij? Toch? Vertel mij eens, in het teken van de ontlurkingsweek, wat is úw beleving bij het woord Batser?
Dinsdag 08 Mei 2007 om 1:58 pm
Toch fijn om te weten dat je niet de enige bent.
Maandag 07 Mei 2007 om 12:16 pm
Ik voel me ozo heppie,
zo heppie deze dag
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?
Joke van Leeuwen is stoer (en treedt vandaag op bij broodje cultuur).
Woensdag 02 Mei 2007 om 5:37 pm
Vanaf vandaag in de aanbieding: 998 invites voor Joost. De zoveelste web 2.0 hype. Het is on demand online televisie of: “The best of TV and internet put together” aldus de makers.
Nu is dat naar mijn idee wat overdreven, maar het is zeker wel geeky en leuk genoeg om even te proberen. Mocht je nu ook een uitnodiging willen, laat dan even je e-mailadres achter in de comments.
Dinsdag 01 Mei 2007 om 4:56 pm
Vol gruwel denkt nog menig mens, dat toen aanwezig was, terug aan mijn eerste ontmoeting daar. Mijn vriend en ik waren uitgenodigd om te komen eten in huize Lipperkerkstraat. Volg de wietlucht en loop dan nog driehonderd meter verder. Een groot studentenhuis met allemaal hoeken, lagen en verborgen zitplaatsen waar het goed eten was en na een pilsje of twee de gezelligheid goed op gang kwam.
Tijdens het derde biertje begon de drank onderwerp van gesprek te worden. “Goddank dat oranjeboom niet meer bestaat” en “Bleeegh, Heineken, alsof ze er suiker doorheen mikken.” Ik luisterde sceptisch naar de uitingen en gooide tot slot toch mijn stelling maar op tafel. “Ach ik geloof dat allemaal niet zo, bier is bier. Zonder etiket proef je het verschil tussen een Brouwmeester en een Grolsch echt niet.”
Het werd doodstil aan tafel, een jongen kreeg tranen in zijn ogen, een ander stopte zijn vingers in zijn oren en begon heel hard te zingen. Dit ging verder dan vloeken in de kerk. Mijn vriend probeerde de boel te sussen met de verzekering dat ik nog bijgeschaafd zou worden. Zinloos dacht ik, ik verander zelden van mening.
Het is zondagmiddag en met een deel van diezelfde club ben ik uit eten op het terras van de Beiaard. Ik ben een groot voorstander van deze tent of beter: van haar assortiment. Terwijl een lid van de bediening staat te wachten twijfel ik over mijn keuze. “Ik heb wel zin in een Chouffe, of nee. Een Straffe Hendrik” “Oeh das ook lekker, ja.” valt mijn tafelgenoot bij. “Wacht” herstel ik nog snel. “Ik neem een Cuvée des Trolls.” M’n vriend zit tegen over me met de slappe lach.
Als ik hem vragend aankijk en vraag wat er aan de hand is trekt hij zijn schouders op. “Ach, bier is bier. Klaar.” Ik gooi mijn Troll in z’n gezicht. De blasfemie.