Net niet in de trein

Zondag 29 Oktober 2006 om 9:48 pm

14:35 – Ik sta op het perron in Leeuwarden te wachten tot de trein naar Zwolle arriveert. Omdat de Friese busverbindingen zo ontzettend bagger zijn, mag ik veel zondagen drie kwartier staan wachten op het station in Leeuwarden.

Vandaag sta ik daar dus weer. Uit verveling heb ik een grote cappuccino gekocht en ik sta met mijn rugtas tussen mijn benen wat doelloos voor me uit te staren. Zo nu en dan onderbroken door een slok koffie. Om een of andere reden is het altijd koud op het station van Leeuwarden dus wat mij betreft mag die trein wel komen.

Voor mij uit het niets komt er een man half achter me staan, hij stinkt naar een mengeling van verschaalde drank en poep en hij praat hijgerig. “Heb je spul voor me?” Mijn wenkbrauwen schieten omhoog. “Nee.” is mijn antwoord resoluut. “Kom op, ik hoef maar een beetje man, een beetje weetje.” – “Nee, ik heb geen ‘spul’ voor je of wat dan ook.” Ik ben vrij snel geïrriteerd door drugsverslaafde zwervers.

Met een rochel, wat kennelijk zijn ongenoegen illustreert, scharrelt hij weer verder. Mij met een vraag achterlatend: Wat is er aan mij te zien of wat doe ik (starend en koffie drinkend), waardoor iemand het idee krijgt dat ik drugs verkoop op een willekeurig perron in Leeuwarden?

Ik weet het! Ik weet het!

Vrijdag 27 Oktober 2006 om 9:22 pm

Ik weet met wie Jochem van Boer Zoekt Vrouw eindigt!

Ja, heb ik ook eens iets. Nee ik heb het hele programma werkelijk waar nog nooit gezien, maar je hebt zo je informanten he?

Wat, waar?

Zondag 22 Oktober 2006 om 1:14 pm

Enthousiast kwam ze met haar speldoosje ‘wat, waar?’ aandribbelen, ze is vier jaar en het nichtje van de buurvrouw met wie ik een tijdschrift deel. Over die studentenburgerlijkheid een andere keer overigens. Nikki wilde heel graag ‘wat, waar?’ met mij spelen. Ik ben altijd al moeilijk geweest in het weigeren aan mooie blauwe ogen.

‘Wat, waar?’ is een geheugenspelletje waarbij je een gekleurd blokje op een plaatje legt. Als je met je dobbelsteen dan een bepaalde kleur gooit, moet je zeggen wat voor plaatje eronder ligt. Is dat goed dan mag je nog een keer. Leuk spelletje voor die kinderen. Minder leuk voor je ego als je met een veel te gehaaid kind speelt.

Een half uur lang heb ik gedwee toe moeten kijken hoe madame plaatje na plaatje wist te winnen en mij het nakijken liet met mijn score van 4 van de 25 te winnen plaatjes. Euforisch rende Nikki naar tante Buuf om te vertellen hoe goed ze wel niet van me gewonnen had.

Terwijl ze mij de deur uitliet sprak buuf me nog even vermanend aan. “Je moet haar niet weer zo expliciet laten winnen hoor, ze moet ook leren tegen haar verlies te kunnen.” “Ja je hebt gelijk. Ik zal er de volgende keer om denken…” Hmpf.

Gebrek

Zondag 15 Oktober 2006 om 11:41 am

“Ik snap niet dat jij al die onzin gelooft.” Ze keek me over haar mediabrilletje heen aan en wachtte mijn reactie, maar nog meer de reactie van de mutsen om haar heen, af. Het ging haar niet om de discussie maar meer om stoer te zijn en iemand zich voor lul te laten zetten. Een discussie en situatie waar ik bij voorbaat al geen zin in heb. “Prima. Ik snap niet dat jij het niet doet.” en ik liep daarop weg.

Op de fiets naar huis maalde het nog een beetje door mijn hoofd en, ergens tot mijn eigen verbazing, ik bedacht me dat het nog echt waar was ook. Mijn opmerking, daar gebruikt om af te kappen, was niet gelogen. Stiekem, diep van binnen, kan ik oprecht niet bevatten dat iemand geen Godsbesef heeft.

Ik kan er niet bij dat iemand niet voelt wat ik voel bij de wetenschap dat er een Heiland is die er te allen tijde, ongeacht je situatie, er voor je is wanneer je Hem nodig hebt. Ik kan me niet voorstellen hoe het zou zijn zonder die warmte en vervulling die ik ervaar als ik me op een moment bewust ben van echte Goddelijkheid en Goddelijke Liefde in de meest spirituele zin.

Ergens in mij brandt iets dat ik niet negeren kan, ik kan er niet buiten. Ik zou al lang en breed bij de kerk weg zijn als dat wel zo was. Eigenlijk krijg ik het al koud bij de gedachte als dat er niet zou zijn. Dat zou een leegheid en eenzaamheid van binnen zijn, dan bleef ik, denk ik, de rest van mijn leven depressief.

Ik heb vroeger de afwijzing van het christendom door leeftijdsgenoten altijd een beetje beschouwd als grootspraak. Ze vonden zichzelf vast heel stoer, maar verder hechtte ik er niet zoveel betekenis aan. Maar kennelijk kennen die mensen dat gevoel echt niet. Iedereen mag er van vinden wat ze willen, dat boeit me echt geen hol. Ik ga ook lekker door met mijn leven, doe jij dat ook mooi met dat van jou.

Ik ben ook niet op zoek naar discussie en ik ben absoluut geen heilige of wat dan ook. Ik hoef me niet te bewijzen en ik heb ook geen zin om een ander te overtuigen. Maar als ik echt heel eerlijk ben, dan beschouw ik het feit dat jij niet weet wat ik weet en niet kunt voelen wat ik voel als een enorm gebrek.

Spit back

Dinsdag 10 Oktober 2006 om 10:46 am

Het is maandagavond en we zitten met z’n drieën aan een tafeltje in de kroeg. “Als het zo rustig is lijkt het net café Silbermann” vertel ik Zerko. We mijmeren door over leuke kroegen in Leeuwarden en Zevenaar die allemaal iets hebben wat Enschede niet heeft. Ik kijk om me heen en observeer de andere bezoekers tot ik oogcontact maak met een jongen aan de bar die naar onze tafel zit te staren.

Meteen slaat hij z’n blik neer. Hij zal een jaar of zeventien zijn en weet kennelijk precies hoe hij schattig en vertederend moet zijn. Ik klets verder met mijn tafelgenoten en gluur stiekem nog een paar keer die kant op. Mijke begint te lachen. “Oe hé! Kijk eens wie er sjans heeft!”

Ik schud m’n hoofd. “Sorry, ik heb nog steeds geen pnvd-sympathieën” grap ik. Hij ziet er vast heel lief uit en alles maar a) hij is veel te jong b) er is iets vreselijk bekend aan zijn gedrag, het is vagelijk confronterend en ik weet niet waarom.

“Och God, moet je zien hoe het zich uitslooft.” Zerko begint zich te ergeren. “Ga toch alsjeblieft naar dat joch toe en verlos hem uit z’n lijden of zo. Man, zelfs die crackhoer uit de klas is niet zo’n aandachtvrager.” Mijke valt bijna van haar stoel van het lachen en bij mij slaat er een besef in als een bom.

“Zo was ik vroeger ook!” Flap ik eruit. Ik word met opgetrokken wenkbrauwen aangekeken. Beelden van paraderen in het kielzog van mijn vaste stapmaatje in Groningen schieten voor mijn geestesoog voorbij. Lief glimlachen en naïeve blikken. Ons doel was gratis drank scoren en deze jongen in een café in Enschede wil precies hetzelfde.

Er wordt besloten dat het kennelijk nu mijn tijd is om gepaaid te worden door jonge knullen. “Het is nu net een beetje een ‘the player got played’ situatie vind je niet?” Lacht Mijke. Zerko knikt instemmend, hij drinkt zijn bier op en kijkt me aan. “Je wordt ouder papa.”