Vrijdag 29 September 2006 om 09:40 am
Het is dat ik niet wil vloeken op mijn weblog, anders was het een pakkend begin geweest van dit verhaaltje. Ik vloekte in ieder geval hard en onbehoorlijk tegenover Nienke, ze trok haar wenkbrauw ervan op. Zoiets is ze niet gewend van me. Dit was de tweede of derde ochtend in een rij dat ik dat jankerige saxofoongeluid hoorde. Alsof er iemand buiten naast het huis stond te oefenen op zijn toeter.
Ik ben een coulant en tolerant mens. Ik accepteer homo’s en ik accepteer een beetje herrie in en om het huis ook wel. Ik woon op een studentencampus dus een beetje herrie hoort erbij, maar niet om half negen in de ochtend en niet een of andere toetermongool die een beetje buiten interessant loopt te doen met zijn sopraansaxofoon.
Ik vloek nog eens. Ik zou er nu eens wat van gaan zeggen ook. Heb je verdorie nog niet eens koffie op en je moet al naar buiten om een of andere gek te vragen op te houden met toeteren. Mijn ochtend is dan al naar de maan en dat mag die gek met zijn toeter ook weten.
Ik volg de herrie en stamp recht het bos naast ons huis in, welke idioot gaat nu bewust in de bosjes staan oefenen? Ik wil het nu wel eens weten ook. Ik draai het wandelpad op en zie daar het antwoord op de voorgaande vraag.
Onder een boom staat een jongen, zijn jas over een tak, zijn fiets tegen de boom, vol overgave te blazen. Het is bohémien en schattig tegelijk. Verstomd blijf ik staan kijken. Dit had ik dan weer niet verwacht.
Hij spreekt me aan in gebrekkig engels met een zwaar slavisch accent. Of ik last van hem heb. Ik ontken. We hebben het even over koetjes, kalfjes en andere oppervlakkige zaken. Ik draai me weer om en loop terug naar huis. Hij roept me na. “See you tomorrow.”
Zaterdag 23 September 2006 om 11:35 am
Daar stond ik dan in de winkel. Het doosje had ik stevig in twee handen geklemd en het enige wat ik nog uit wist te brengen waren losse kreten als: “Oh wat gaaf! Wat vet!” en: “Whaa wat een stoer ding!” Zerko, mijn soort van nieuwe spiritueel leider, was trots op me.
Onderweg naar huis bleef ik de doos bewonderen, zo mooi wit, zo esthetisch verantwoord. Dit was met stip de iPod van zijn soort. Ergens achter in mijn hoofd begon er iets te knagen. Er was iets mis met dit alles, maar wat?
Ik negeerde het stemmetje in mijn achterhoofd zoals alleen ik dat kan en begon met mijn eigen kleine uitpakparty. In het echt was ie nog beter dan op de doos. Een glimmende schoonheid. Mijn eigen Nintendo DS Lite. Zerko en ik waren er ook stil van.
“Doe hem eens aan?” vroeg Zerko. Twee heldere schermen schenen mij tegemoet. Er moesten wat zaken ingesteld worden en dan zouden we los. Dit moest bijna revolutionair zijn. Op een zolderkamertje had ik mijn ontmaagding op pocket gameconsole gebied. En stiekem bleef dat gevoel waar ik mijn vinger maar niet op kon leggen.
Ik zette de DS aan en zou beginnen. Ik vloog snel door de vijf stappen configuratie. Uitzetten, aanzetten. Het scherm begon te knipperen: insert game. Zerko en ik keken elkaar aan. Daar was dan alsnog de vinger. Ik had nu wel mooi die Nintendo DS Lite, maar geen spelletjes.
Vrijdag 22 September 2006 om 09:56 am
Het voordeel van je oude domein nieuw leven inblazen: Men weet je ineens massaal weer te vinden op google.
update: En dan ga je wat meer op je google statistieken letten en zo, blijken jullie mij ook als raadgever te zien bij (en ik citeer) kleine rode puisten met helder vocht. Ik zeg: gatverdamme.
Donderdag 21 September 2006 om 09:12 am
Ik huppel en spartel, vermetel en dartel
Maar nooit heb ik mij aan de mensen vertoond
Helder en luid klinkt mijn lied door de bossen
Eeuwenlang hebben wij daar al gewoond
Ja, ja… wat was dat ook alweer he?
Zondag 17 September 2006 om 10:38 am
Acht jaar is hij en zijn mond zit op de juiste plaats. We zijn uit eten in een wokrestaurant. Hij trekt me aan mijn arm. “Kor, ik kan het ijs wat ik wil niet vinden.” Ik wijs hem iemand van de bediening aan die vást wel weet of er ijs naar zijn wens is. Hij hobbelt er dapper achteraan.
Na een minuut of tien komt hij zwaar beledigd teruggelopen. Vuisten in zijn zij. “Hadden ze je ijs niet?” vraag ik hem. Heftig schudt hij zijn hoofd. “Ze verstaan denk ik geeneens Nederlands hier. Ik vroeg die mevrouw om waterijs en dat mens gaf me een hand ijsklontjes!”
Donderdag 14 September 2006 om 5:27 pm
Als ik er bij nadenk heb ik het al sinds het verlaten van de kleuterschool. Een absoluut onvermogen om schoolwerk te verzetten. Eer ik begonnen was met de taak die mij opgedragen werd, was er op z’n minst een dagdeel voorbij. Menig pauze in mijn basisschooltijd is, onder toeziend oog van de juf, doorgebracht met het afmaken van rekensommen, omdat er buiten leukere dingen te zien waren dan in mijn boek.
De middelbare school was niet heel anders. Huiswerk was een vloekwoord in mijn kerk. School behoorde een sociale bezigheid te zijn, niet een oersaaie verplichting met algebra en redoxreacties. Het MBO was zo ziekelijk makkelijk dat het dan ook alleen maar een sociale bezigheid was, een gewenning die mij eigenlijk wel beviel.
Maar hoe anders zou het HBO worden! Het was tijd voor actie. Er moest wat gebeuren wilde die opleiding MER wat worden. Fluimen zou genadeloos worden afgestraft. En er waren meerderen met mij. Wij, de vier februari-instromers, zouden samenspannen en met elkaar deze opleiding tot een een succes maken. Huiswerk maken en alle colleges volgen, dat was ons credo.
We zijn nog steeds fanatiek in onze voornemens. Het feit dat we nu met een krat bier en de benen over de reling van mijn balkon in de zon zitten doet daar uiteraard geen afbraak aan. Een mens moet soms ontspannen. We gaan heus nog wel onze taken afmaken. Morgen of zo.
Zondag 03 September 2006 om 10:48 pm
Het zijn woorden die nog door mijn hoofd doorgalmen. Maandagavond. Cathechese. De dominee. Twee ogen die mij strak aankijken. Twee ogen die mij laten weten dat ze weten waarvan ik nooit gewild had dat ze er ook maar enige notie van hadden. Hoe naïef. “Je komt van ver.” “Ja…” “Ben je terug?” “Ja…” “Ga zitten.”
Er bestaan denk ik bijna geen mensen die met een enkele blik en drie korte zinnen mij het gevoel geven tot de grond te zijn afgebrand. Je komt van ver… Het is iets dat mij altijd bij is gebleven, iets dat altijd weer terugkwam. Momenten waarin je naar jezelf in de spiegel kijkt en het zich herhaalt: Je komt van ver. Ja. Ben je terug? Ja.
Op een of andere manier weet je toch weer achterop te raken. De verkeerde afslag nemen. De verkeerde bagage afleggen. De oppervlakkige brede weg kiezen die dood blijkt te lopen. Je raakt achterop. Je komt van ver. Het is even aanpoten om terug te komen, maar meestal redt zich dat ook wel weer.
Je komt van ver. Die stem vergeet ik van mijn leven niet weer. Zelfs vandaag kan ik in de spiegel kijken: Je komt van ver. Ja. Ben je terug? Nee, maar ik ben onderweg.
Vrijdag 01 September 2006 om 09:33 am
“Sorry man, ik wist het niet.” Z’n ogen schieten panisch heen en weer. Hij zweet. “Ik bedoel, man… sorry. Ik wist echt niet wat me overkwam.” Hij vloekt uit frustratie, volgens mij zie ik tranen opwellen in zijn ogen. Nog een keer sorry. Ik blijf er onbewogen onder.
“Met sorry komt hij niet terug he?” Schuldgevoel is voor mij niet meer genoeg. Ik wil hem laten lijden. “Sorry daar heb ik een kast van vol. Sorry! De Marwei puilt uit van de sorry! En wie schiet er wat mee op met die sorry? Inderdaad, niemand. Jouw sorry zit mij tot hier.”
Met zijn handen in zijn haar kijkt hij me aan. Hij wil dat ik weet hoeveel het hem spijt. De verontschuldigingen blijven uit zijn mond stromen. Ik hoor ze niet eens meer, ik zie alleen de gekwelde ogen die ik wil uitkrabben en een mond die maar blijft bewegen. Bla. Bla. Bla. Het is inhoudloos geëmmer voor me.
Het ergste is misschien nog wel dat ik met hem in een huis woon. Dat ik nog vier jaar tegen hem aan moet kijken met als lidteken de verschrikkingen van gisteravond. Hij heet Robert. Hij heeft mijn mooie kerstcadeau compensatiekurkentrekker vermoord. Hij heeft spijt. Dat hebben ze allemaal achteraf.